Home » Almelo » Geschiedenis

Geschiedenis

De naam Almelo is in de middeleeuwen ontstaan en is een afgeleide van de woorden aa en lo. De aa verwijst naar de Almelose Aa die in vroeger tijden een landweg kruiste bij een lo. Een lo is een bos dat gelegen is op zandgrond met daarbij vaak een nederzetting. Almelo betekent dus "Op zandgrond gelegen bos bij de Aa".

Huis Almelo

Op de kruising van de Almelose Aa en de landweg stond het reeds in 1236 vermelde en nog steeds bestaande Huis Almelo. Tot op de dag van vandaag is het in handen van de familie Van Rechteren Limpurg. Eeuwen lang had de familie verschillende rechten in de stad Almelo, waaronder dat om recht te spreken. Tegenwoordig houdt de graaf zich bezig met restauratie van oude panden in de binnenstad en het onderhouden van bossen die eigendom van de familie zijn.

Kaart Almelo 1868.
Getekende plattegrond van Ambt Almelo rond 1868.

Oude documentatie laat zien dat de nederzetting rond 1420 al stadsrechten had. Rondom de stad lag een gracht maar geen muur, van militair belang was dan ook geen sprake. De gemeente Almelo was tussen 1818 en 1914 opgesplitst in de gemeenten Stad Almelo en Ambt Almelo.

In 1664 verbood Zeger van Rechteren, de toenmalige heer van Almelo, het uitoefenen van de katholieke godsdienst. Hierop vertrokken de nonnen van het Almelose Sint Catharinaklooster. Zij vonden een nieuwe woonplaats 300 meter over de grens met Duitsland, in de buurt van Glane, in een klooster dat zij de naam Maria Vlucht gaven. Toen het klooster werd opgeheven werden de kerkschatten die deels uit Almelo afkomstige waren verspreid over de regio.

Zoals op veel plekken in Twente kwam in de 17e en 18e eeuw de huisweverij steeds meer op. Rond 1930 zorgde de ingebruikneming van de de eerste stoommachine een transformatie naar fabrieksmatige productie. De aanleg van het Overijssels Kanaal in 1855 en ook de nieuwe spoorlijn van Almelo naar Salzbergen brachten een groei aan textielindustrie. Rond 1900 woonden er in en rond Almelo vele welgestelde rijke families in Almelo. Ook nu zijn nog de sporen daarvan zichtbaar aan de hand van de landhuizen en villa's in diverse stijlen zoals Jugendstil, expressionisme en neorenaissance.

In de zestiger jaren van de vorige eeuw ging te de Almelose textielindustrie ten onder door de goedkopere buitenlandse concurrentie, met veel bedrijfssluitingen tot gevolg. Veel textielfabrieken zijn nadien gesloopt, maar enkele gebouwen zijn aan de slopershamer ontsnapt. Volgens menigeen is de door architect Karel Mulle ontworpen villa Bellinckhof aan de Wierdensestraat één van de mooiste door de textielheren gebouwde huizen. Gebouwd door de familie Ten Cate in de jaren 20 van de 20e eeuw is het eveneens één van de grootste textielhuizen in Twente. Het huis en park zijn niet toegankelijk voor publiek. Heden ten dage is de familie actief in stadsbehoud en helpt naast zijn eigen park het Egbert ten Cateplantsoen en het Beeklustpark in Almelo onderhouden.