Home » Enschede » Geschiedenis

Geschiedenis

Enschede ontwikkeld zich in de vroege middeleeuwen uit een Nederduits nederzetting op de handelsroute tussen Deventer en de oostelijke naburige dorpen. De naam komt waarschijnlijk van het Enschede Nederduitse "An de schede", in het Hoogduits "op de grens", en verwijst daarmee volgens een moderne theorie naar bij naburige moeras, het Aamsveen.

In 1325 krijgt Enschede officieel zijn stadsrechten van de bisschop van Utrecht, Jan van Dienst. Met de scheiding van de Nederlandse provincies van het Duitse Rijk in de 17e Eeuw ontstond in de buurt van deze stad een nieuwe grens. Deze grens liep dwars door het Nedersaksische taalgebied en werd later bekend als de Nederlands-Duitse grens. Als gevolg van gemeentelijke hervormingen zijn verschillende dorpen in het gebied bij de stad Enschede getrokken, waaronder Glanerbrug en Boekelo.

Kaart Enschede ca 1570
Enschede omstreeks 1570 door Jacob van Deventer.

In 1862 werd Enschede bijna volledig verwoest door een grote stadsbrand. Enige tijd later vestigde de Engelsman Thomas Ainsworth, uitvinder van een nieuwe weefmethode, zich in de stad waarna de stad zich ontwikkeld heeft tot de belangrijkste plaats van de textielindustrie in Nederland. Dat kwam mede door de regio waar ruimschoots personeel voor de vele fabrieken aanwezig was die voor een mager loon hun werk deden. Ook de buurtsteden zoals de Duitse stad Gronau hebben hiervan geprofiteerd. De grondstoffen voor de textielindustrie, waaronder katoen, waren afkomstig uit de voormalige kolonie Nederlands-Indië, nu Indonesië, werd geïntroduceerd. Tijdens de hoogtijdagen had Enschede 75 textielfabrieken.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Enschede vanwege de ligging aan de Duitse grens een van de eerste Nederlandse steden die werd bezet door het Duitse leger. Verzetsstrijders in de stad zijn er in geslaagd veel joodse inwoners van de stad voor deportatie te behouden, onder meer door ze te verbergen op de omliggende boerderijen. Ongeveer 500 van de 1300 Enschede Joden overleefden de oorlog.

Vele verzetsstrijders werden in Enschede kort voor het einde van de oorlog gevonden. Ze werden verraden door een Duitse spion die bekend was met een kelder die diende als geheime ontmoetingsplaats van het verzet. De Duitser bezetters studeerde vervolgens soldaten op de locatie af voor doorzoeking en gooiden handgranaten in de kelder, waar de meeste van de aanwezigen werden gedood.

Schoolplaat Enschede met Fabrieken.
Schoorstenen domineren de stad. Schoolplaat door J.Dykstra

Ook werd de stad meerdere malen vanwege de ligging direct aan de Duitse grens door de geallieerden gebombardeerd, omdat de stad werd aangezien voor een Duitse stad. Uiteindelijk heeft Enschede daardoor een flinke oorlogsschade opgelopen door bommen die bedoeld waren voor het enkele kilometer verderop gelegen Gronau. Enschede begin mei 1945, kort voor het einde van de oorlog, bevrijd door voornamelijk Canadese troepen.

In de jaren na de oorlog, met de onafhankelijkheid van Indonesië in 1947 en vanaf ongeveer 1965 als gevolg van de groeiende low-cost concurrentie uit Zuidoost-Azië , verdween de textielindustrie langzaam maar zeker uit de regio. Veel fabrieken en gebouwen uit die tijd zijn gesloopt, enkele zijn bewaard gebleven. Ze zijn opgeknapt en dienen als appartementen complex..

In de jaren 1990 was er een tevergeefse poging om Enschede fuseren met Hengelo en Borne tot een 'Twentestad'. Wel werd eind 2001 door de gemeenteraden van de drie gemeenten, aangevuld met Almelo, een samenwerkingsverband opgericht onder de naam Netwerkstad Twente. De Netwerkstad werkt op zijn beurt met Münster en Osnabrück in de driehoek MONT (Münster, Osnabrück, Netwerkstad Twente) samen.